Ingroeien in de gemeenschap

“Doel van de monastieke weg is een groeiende omvorming van de persoon
tot gelijkenis met Christus door de werking van Gods Geest”.        (Ratio Institutionis)

 

Roeping tot ons leven ontvang je in het diepst van je hart.
Soms erkent  men die aantrekking Gods heel intuïtief en helder,
maar soms ook niet en worstelt men jarenlang om tot onderscheid te komen.
Voor een intrede en definitieve verbinding aan onze gemeenschap gaat er een hele periode van kennismaking en toetsen van de roeping vooraf:

 "Zie toe of ze waarlijk God zoekt, …”.      (St.Benedictus)

 

  • bezoeken  aan het gastenhuis en  regelmatig gesprek met  de novicemeesteres en  de abdis.
  • perioden van meeleven binnen het slot om het monastieke leven te proeven 
  • bij aanvraag tot Intrede wordt een gebruikelijke procedure opgestart
  • als de kandidaat aanvaard wordt kan intrededatum  worden vastgesteld
  • bij intrede start de periode van het Postulaat;  deze duurt minimaal een half jaar tot maximaal een jaar
  • na het postulaat kan de kandidaat het habijt van de Orde ontvangen: men spreekt van Inkleding en daarmee begint een nieuwe fase in de vorming: Noviciaat
  • na minimaal 2 jaar of maximaal 2,5 jaar kan men het verlangen te kennen geven om Tijdelijke Professie  te mogen afleggen en wordt de procedure hiervoor opgestart; dit is een weg van groter engagement in de gemeenschap
  • na minimaal 3 jaar of maximaal 6 jaar tijdelijke professie en ingroei  in de gemeenschap kan de tijdelijk geprofeste vragen om zich definitief te mogen engageren in de communiteit en wordt   de gebruikelijke procedure voor de Plechtige Professie opgestart.
     

Vorming gaat het hele leven door, zowel gemeenschappelijk als persoonlijk, doorheen de dagelijkse praktijk van het leven, de pastorale zorg van de overste en de aangereikte middelen waaraan men in deze tijd nood heeft.

“De vorming, die steeds gefundeerd is op de Regel van Sint-Benedictus en het cisterciënzererfgoed,
benut de rijkdommen van bijbelse, patristische, liturgische, theologische en spirituele wetenschappen”.
(Constitutie 58 van de Orde)


Ook de menswetenschappen helpen ons groeien in ons mens-zijn naar God toe.