| |
|
Het cisterciënzercharisma wordt herkend aan
het heel eigen en delicaat evenwicht
tussen drie pijlers: lezing, gebed en arbeid.
|
|
| |
|
| |
|
| De drie pijlers ritmeren de monastieke dag. |
|
| |
|
| LEZING |
|
 |
Zoals ons lichaam voedsel nodig heeft om gezond te blijven,
zo ook onze geest en onze ziel.
Om onze verbondenheid met God en met elkaar te voeden,
nemen we dagelijks tijd voor lezing.
In de traditie spreken we van Lectio Divina (lezen van Gods Woord).
Lezen met een hart dat ontvankelijk is,
dat openstaat om zich te laten raken,
ontwaakt
en ingaat op die aanraking.
Het Woord wordt mee gedragen de dag door,
meditatief, herhalend, ‘herkauwend’ (ruminare volgens de traditie):
het wordt gewiegd in het hart.
Dat proces vormt ons langzaam om.
|
| |
|
| GEBED |
|
We verlangen ernaar te leven
in het voortdurend bewustzijn van Gods aanwezigheid.
“Zalig de mens in wie het Woord is,
die voor het Woord leeft,
die door het Woord bewogen wordt”.
(St.Bernardus van Clairvaux, Cisterciënzer)
Hiertoe wordt ons dagritme 7 keer onderbroken
voor het gemeenschappelijk gebed (de Liturgie van De Getijden).
In de traditie spreekt men van het Werk Gods
- Góds werk aan ons, zijn Geest die in ons bidt
én onze inzet voor het Rijk Gods -.
We zingen Gods lof in De Getijden en vertrouwen
het lief en leed van de gehele Kerk en de mensheid toe
aan de Aanwezige in ons midden.
|
|
|
|
|
| |
|
|
Het middelpunt is het vieren van de
Eucharistie,
bron van eenheid en christelijk leven.
|
|
 |
 |
| |
|
| Er is ook tijd en ruimte voor Persoonlijk Gebed en Meditatie.
“Rustend in het centrum van ons wezen ontmoeten we een wereld
waarin alles op dezelfde wijze in zichzelf rust”
(Dag Hammerskjöld)
|
|
|
 |
“Vandaag
gaan we lezen
in het boek
der ervaring”.
(St. Bernardus)
|
|
|
|
|
“De contemplatie is een
plotselinge gave van
bewustzijn,
een ontwaken
voor de Realiteit
in elke realiteit”.
(Thomas Merton)
|
 |
|
|
|
 |
“God is
in ons aanwezig
zoals edel wild in het
bos.
Je ziet er de herten
zelden.
Je moet eerst
geduldig worden
en stil”.
(Rainer Maria Rilke)
|
|
|
|
|
|
ARBEID.
Zij zijn juist dan echte monniken
als zij leven van het werk van hun handen.
(uit de Regel van Benedictus)
We voorzien in ons eigen levensonderhoud.
De traditie spreekt op de eerste plaats van handenarbeid omdat deze de
geest vrij houdt om zich op de Ander te richten.
Handenarbeid aardt de mens en houdt zo lichaam, geest en ziel in balans.
Door onze arbeid dienen we elkaar en hebben we deel aan de
scheppingsopdracht.
Arbeid draagt ook bij tot onze persoonlijke en spirituele ontwikkeling.
Velen zoeken Jezus tijdens het gebed in de kerk
en vinden Hem daar niet, maar… onverwachts vinden zij Hem tijdens de
arbeid.
(Guerricus van Igny)

|
|
|
|