|
|
| WAT HOUDT ONS LEVEN IN ? Het zoeken van God beleven wij in gemeenschap, onder een Regel en een
abdis. Aan deze gemeenschap binden wij ons door de gelofte van stabiliteit. Hiermee
beloven wij trouw aan de gemeenschap waar we ingetreden zijn.
Ons leven wordt gekenmerkt door drie pijlers: Het
werk Gods, de handenarbeid en de lezing. |
De eerste pijler:
Het Werk Gods is in de Regel van Sint-Benedictus het
koorgebed. Zeven keer per dag komen wij samen in onze abdijkerk om Gods lof te zingen. Wij
willen zo namens de mensheid bij God aanwezig zijn, omdat we geloven dat waar twee
of drie in zijn Naam samenkomen HIJ in ons midden is. Zo kunnen we er zijn voor
ieder die een beroep op ons doet om hem of haar te gedenken als we biddend samenkomen.
Het werk Gods smeedt onze monastieke dag tot een harmonisch geheel. |
 |
|
|
De tweede pijler de
arbeid, en met name de handenarbeid, is eveneens een belangrijk deel van de
monastieke dag. De bijbel spoort ons er toe aan. Ook Benedictus is de mening toegedaan,
dat de mens moet leven van eigen arbeid. Benedictus sluit geen enkele soort arbeid uit.
Hij citeert wel het woord uit de Schrift, dat tot devies van het benedictijns
monnikenwezen behoort: dat God in alles verheerlijkt wordt (RB 57). Arbeiden
is daarom nooit minderwaardig, het draagt bij tot de persoonlijke ontwikkeling van ieder
mens. Het heeft ook een sociale functie nl. het delen in de verantwoordelijkheid voor het
levensonderhoud van de gemeenschap. |
|
De derde pijler, de
lezing is als het ware het geestelijk voedsel van de monnik. Zoals het
lichaam voedsel nodig heeft om gezond te blijven, moet ook de geest voedsel hebben om
gezond te blijven. Ook studie is niet uitgesloten. Maar het doel blijft steeds om hierdoor
God meer en intenser te kunnen zoeken. Het gemeenschappelijke leven is fundamenteel.
Dietrich Bonhoeffer die zelf ook een leefgemeenschap heeft opgericht schrijft over het
gemeenschappelijke leven
Slechts levende in gemeenschap kunnen we alleen zijn, en slechts wie alleen kan zijn, kan
in gemeenschap leven. Beide horen bij elkaar: Het is niet zo dat het een aan het ander
voorafgaat, maar beide beginnen tegelijkertijd, nl. met de roepstem van Jezus
Christus. |
|
|
Wij proberen gemeenschap
te worden - zoals Sint-Benedictus het formuleert - door:
- Christus steeds aanwezig te laten zijn;
- te wedijveren in respect voor elkaar;
- elkanders zwakheden met groot geduld te verdragen;
- om strijd elkaar te gehoorzamen;
- niet te zoeken wat voor onszelf voordelig is, maar
veeleer wat goed is voor de ander. (Sint-Benedictus).
Dit zo te beleven is een dagelijkse opdracht, immers
je medezusters heb je niet zelf gekozen en ze komen uit een andere streek, een ander
milieu enzovoort. Ieder heeft een andere achtergrond en in harmonie leven met elkaar is
dus een hele uitdaging. Zo wijst Sint-Benedictus ons, in aansluiting op het evangelie, een
weg die naar God leidt. |
 |
|
|
|
|
|