Abdij O. L. Vrouw van Koningsoord
Berkel-Enschot

 

 

Home
Abdij
Monastiek leven

Gastenhuis

Overweging

Kerk en Wereld

Informatie

Verhuizen
Reageren

Links


"Alles ademt een verlangen" Audio cd  van ons koorgebed

 

Nederlands English Français

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Even voorstellen...

In de abdij Onze-Lieve-Vrouw van Koningsoord leven een dertigtal zusters tezamen. Wie zijn zij? Wat doen zij? Hoe leven zij? Deze zusters behoren tot de Cisterciënzer Orde, dit is een vorm van Benedictijns leven. De volgelingen van Sint-Benedictus  -de mannen worden monniken genoemd, de vrouwen monialen- leiden een ‘monastiek leven’, d.w.z. een kloosterleven dat zich kenmerkt door gebed, afzondering, sfeer van stilte, arbeid, soberheid en eenvoud.

 

EEN STUKJE GESCHIEDENIS:
Onze Orde is ontstaan in 1098 in Cistercië, Cîteaux, in Frankrijk. In het begin leek het er op dat de Orde geen levensvatbaarheid had, maar de intrede van St-Bernardus en zijn vrienden bewerkte dat de Orde in korte tijd een grote bloei kende. Aan de plaats waar de Orde is begonnen is onze naam ontleend: Cisterciënzers. In de loop van de eeuwen vond er een hervorming binnen onze Orde plaats in het klooster ‘La Trappe’ in Frankrijk, waardoor in de volksmond de naam ‘Trappisten/Trappistinnen’ is ontstaan. Deze naam is niet officieel, in officiële documenten spreekt men altijd van Cisterciënzers.

 

Notre Dame de la Paix te Chimay (België), ons Moederhuis.

 

 

 

Abdij O.L. Vrouw van Koningsoord

Het eerste Cisterciënzer klooster voor monialen in de Noordelijke Nederlanden dateert van vóór 1200 en is gelegen in Friesland. In onze streken ontstaan in de volgende eeuwen een twintigtal kloosters voor monialen. Door de Hervorming verdwijnen op het einde van de 16de eeuw bijna alle kloosters. Het klooster ‘Lieve-Vrouwe-Munster’ te Roermond heeft het langst bestaan, tot 1797; de kerk is nu nog in gebruik. De Cisterciënzer monniken zijn het eerst in de gelegenheid geweest naar Nederland terug te keren. Zo is b.v. in 1881 bij Tilburg de abdij ‘Koningshoeven’ gesticht. Bij het familiebezoek aan de monniken blijken dan nogal eens meisjes te vragen of deze vorm van leven ook voor hen bestaat. De toenmalige abt wijst de meisjes de weg naar de Belgische Trappistinnenabdij ‘Notre -Dame de la Paix’ te Chimay; meerderen treden daar in. De groep groeit aan tot een vijftigtal Nederlandse zusters. Dit leidt tot het besluit om in Nederland een abdij voor monialen te bouwen. Op 21 november 1933 wordt te Berkel-Enschot met de bouw een aanvang gemaakt. Ondertussen ontvangen de jonge Nederlandse meisjes hun vorming voor het Cisterciënzer leven in Notre-Dame de la Paix. In 1937 als de abdij in Berkel-Enschot voltooid is, komen zij naar Nederland. De abdis van Chimay, M. Gertrudis Demarrez, gaat mee als stichteres, en blijft de volgende twintig jaar onze communiteit leiden. 16 juli 1937 zingt de communiteit voor het eerst hier Gods Lof, daarom is deze dag gekozen als de stichtingsdatum. In september 1940 wordt Koningsoord een zelfstandige abdij. Maar de tijd gaat door. Ook voor ons is de 2de Wereldoorlog een tijd van zorg en angst, en vooral van pijn om de deportatie van onze Joodse medezusters Hedwigis en Theresia Löb, die via Westerbork naar Auschwitz worden gevoerd en daar een tragische dood vinden.
STICHTINGEN:

In de jaren na de oorlog treden er veel jongeren in. Zo kan er in 1952 voldaan worden aan het verlangen van de abt van de Duitse Trappistenabdij Mariawald, om ook in Duitsland weer een Trappistinnenklooster te vestigen. Om dit te verwezenlijken gaan hier een aantal zusters van onze abdij naar toe. Deze abdij ‘Maria-Frieden’ in de Eifel wordt in 1956 zelfstandig. Niet veel later kunnen wij ook een aantal zusters afstaan voor de abdij Maria-Altbronn in de Elzas. Door gebrek aan nieuwelingen wordt dit klooster met uitsterven bedreigd. Door de komst van onze zusters herkrijgt het haar vitaliteit. In 1964 wordt er opnieuw een klooster gesticht, nu te Butende in Uganda. Zo willen we gehoor geven aan de oproep van Paus Pius Xll om het contemplatieve leven ook in de Derde Wereld in te planten. In 1971 wordt ook deze abdij ( ‘Our Lady of Praise’) zelfstandig. De versnelde veranderingen in de samenleving roepen heel de Kerk op tot bezinning. Het Vaticaans Concilie wordt ook voor onze Orde een aansporing tot samen zoeken naar de kern van het Cisterciënzer leven, naar vernieuwing van geest en hart. Voorop staat echter dat we:

trouw willen blijven aan de Regel van Sint-Benedictus, aan het gebed en de nachtwake, aan een leefklimaat dat rust en stilte ademt. Een leven dat gekenmerkt wordt door eenvoud en levend in gemeenschap op een afgelegen plaats, weg uit de drukte van de stad. Trouw blijven aan de navolging van de Heer door wie ons hart geraakt is. Putten aan de Bron van het Leven zelf; de geest van onze stichters herontdekken, door lezing en bestudering van hun werken. Zo de aloude waarden beleven, verrijkt door het licht dat onze tijd er op laat vallen.

 

 

Maria-Frieden (Eifel)

 

 

Abdij Our Lady of Praise (Butende, Uganda).